Waar gaan wij voor?

Om de missie te verwezenlijken geven we in onze visie aan wat wij willen zijn, wat ons toekomstbeeld is.

 

Het is de ambitie van basisschool Sinte Lucij een veilige school binnen de gemeenschap te zijn waar:

  • onderwijs geboden wordt dat gericht is op participatie in de 21e eeuw
  • aandacht is voor ieders persoonlijkheid
  • kinderen hun eigen "leertop" bereiken
  • professionele teamcultuur heerst
Het nadenken over waar je als school aan het einde van een planperiode wilt staan is een inspirerende, energie gevende activiteit. Je ontdekt als team een gezamenlijkheid in wat je belangrijk vindt voor kinderen en wat je voor ze wilt betekenen. Het valt dan ook niet mee om die veelheid van aspiraties te vatten in een sprekend statement, zonder dat het vervlakt in een uitspraak die op willekeurig welke school van toepassing zou kunnen zijn. We zijn tot de conclusie gekomen dat het onderscheidende van onze visie pas echt aan de oppervlakte komt als we inhoud geven aan ons statement:

‘…de ambitie…’

Een ambitie is het streven naar een bepaald doel. Het impliceert een activiteit, je moet er iets voor doen. In de komende 4 jaar houden we ons actief bezig met die zaken die ons dichter bij ons doel brengen.

‘…rk basisschool Sinte Lucij…’

De denominatie van een school zegt iets over de levensbeschouwing of religieuze overtuiging waarop het onderwijs binnen die school (mede) is gebaseerd. Als belangrijk onderdeel van het kerkdorp Steensel draagt de Sinte Lucij de  rooms-katholieke denominatie. De christelijke feesten kerstmis en pasen worden op school gevierd, er is ruimte voor het voorbereiden van de communieplechtigheid voor de kinderen die dat willen en katholieke waarden als eerlijkheid, verantwoordelijkheid, vrijheid en respect zijn een belangrijke bron van hoe wij op school met elkaar om willen gaan.

Met onze katholieke identiteit op de achtergrond is het kennis maken met verschillende levensovertuigingen een nadrukkelijk onderdeel van ons onderwijs. We zijn een school waar alle kinderen zich thuis moeten kunnen voelen, binnen de waarden die we belangrijk vinden, ongeacht de levensovertuiging van ouders en kinderen.

‘…een veilige school…’

De school in zijn geheel vormt een groot deel van het leven van kinderen. Het spreekt voor zich dat kinderen zich er prettig en veilig moeten voelen. Dat betekent voor ons dat we werk maken van een goed pedagogisch klimaat, de relatie aangaan met kinderen en ouders en helpen de wereld buiten de school begrijpelijk te maken.

‘…binnen de gemeenschap…’

Binnen een kleine gemeenschap als Steensel vervult de school een spilfunctie. We vinden het belangrijk de komende jaren de banden met de verschillende entiteiten binnen het dorp (bv. Dorpsraad en verenigingsleven) aan te halen om te onderzoeken hoe we samen iets kunnen betekenen voor elkaar en het dorp.

‘…participatie in de 21e eeuw…’

De kerntaak van de school is het om kinderen die vaardigheden te helpen ontwikkelen die hen in staat stellen betekenisvol deel te nemen en bij te dragen aan de maatschappij. De maatschappij verandert door technologie en digitalisering van een industriële naar een kennis- en netwerksamenleving. We weten daarom niet precies wat kinderen van nu in de toekomst nodig zullen hebben om aan de maatschappij te kunnen bijdragen. Generieke vakoverstijgende vaardigheden en een mix van manieren om te denken, werken en leven lijken het beste antwoord te zijn (Jop Esmeijer, 2012), de ‘21e eeuwse vaardigheden’ of ‘21st century skills’. Het gaat hier om de volgende competenties:

  • communiceren: Het gaat hierbij om het effectief en efficiënt overbrengen en ontvangen van een boodschap (vaardigheden, situaties, regels, middelen).
  • computational thinking: Dit zijn de vaardigheden die essentieel zijn om problemen op te lossen waarbij veel informatie, variabelen en rekenkracht nodig zijn (probleemformulering, gegevensorganisatie, -analyse en –representatie).
  • creatief denken en handelen: Dit is het vermogen om nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare ideeën voor bestaande vraagstukken te vinden. Hierbij horen:
    • het kennen en hanteren van creatieve technieken;
    • het denken buiten gebaande paden;
    • nieuwe samenhangen kunnen zien;
    • het durven nemen van (verantwoorde) risico’s;
    • fouten kunnen zien als leermogelijkheden;
    • en een ondernemende en onderzoekende houding.
  • ICT-basisvaardigheden: Hierbij gaat het om de kennis en vaardigheden die nodig zijn om de werking van computers en netwerken te begrijpen, om te kunnen omgaan met verschillende soorten technologieën en om de bediening, de mogelijkheden en de beperkingen van technologie te begrijpen.
  • informatievaardigheden: Dit omvat het scherp kunnen formuleren en analyseren van informatie uit bronnen, het op basis hiervan kritisch en systematisch zoeken, selecteren, verwerken, gebruiken en verwijzen van relevante informatie en deze op bruikbaarheid en betrouwbaarheid beoordelen en evalueren.
  • kritisch denken: Dit is het vermogen om informatie te doorzien en op waarde te schatten, onjuistheden in informatie te signaleren en om informatie te gebruiken om een visie of mening van iemand anders tegen het licht te houden.

Kritisch denken omvat:

    • het stellen van vragen;
    • het identificeren van veronderstellingen;
    • het interpreteren en verklaren van informatie;
    • het kunnen redeneren en/of handelingen kunnen uitvoeren;
    • meerdere kanten van een probleem kunnen zien;
    • vanuit verschillende perspectieven kunnen redeneren.
  • mediawijsheid: Het vinden van een baan, jezelf ontwikkelen en scholen, sociale contacten onderhouden, gezond blijven en zelfs gelukkig worden: voor al deze zaken zal het steeds belangrijker worden dat mensen de mogelijkheden van nieuwe mediatoepassingen weten te benutten en soms ook juist weten te weerstaan.
  • probleemoplossend denken en handelen:  Dit is het vermogen om een probleem te (h)erkennen en tot een plan te komen om het probleem op te lossen. Meer specifiek gaat het daarbij om:
    • problemen signaleren, analyseren en definiëren;
    • strategieën kennen en hanteren om met onbekende problemen om te gaan;
    • oplossingsstrategieën genereren, analyseren en selecteren;
    • patronen en modellen creëren en beargumenteerde beslissingen nemen.
  • samenwerken: Hier gaat het om het gezamenlijk realiseren van een doel en anderen daarbij kunnen aanvullen en ondersteunen. Meer specifiek gaat het om:
    • verschillende rollen bij jezelf en anderen (h)erkennen;
    • hulp kunnen vragen, geven en ontvangen;
    • een positieve en open houding ten aanzien van andere ideeën;
    • respect voor culturele verschillen;
    • kunnen onderhandelen en afspraken maken met anderen in een team;
    • kunnen functioneren in heterogene groepen;
    • effectief kunnen communiceren.
  • sociale en culturele vaardigheden: Bij deze vaardigheden gaat het om het effectief kunnen leren, werken en leven met mensen met verschillende etnische, culturele en sociale achtergronden. Meer specifiek gaat het om:
    • constructief kunnen communiceren in verschillende sociale situaties met respect voor andere visies, uitingen en gedragingen;
    • het (her)kennen van gedragscodes in verschillende sociale situaties;
    • eigen gevoelens kunnen herkennen en gekanaliseerd en constructief kunnen uiten;
    • het tonen van inlevingsvermogen en belangstelling voor anderen;
    • bewust zijn van de eigen individuele en collectieve verantwoordelijkheid als burger(s) in een samenleving.
  • zelfregulerend vermogen: Dit is het vermogen om zelfstandig te handelen in afstemming op de taak en de omgeving, rekening houdend met de eigen capaciteiten en verantwoordelijkheid nemend voor het eigen handelen. Meer specifiek gaat het daarbij om:
    • het stellen van realistische doelen en prioriteiten op basis van eerdere ervaringen;
    • doelgericht handelen (concentratie, zichzelf kunnen motiveren voor en richten op de uitvoering van een taak);
    • het plannen en monitoren van het proces (planning, timemanagement);
    • reflecteren op het handelen en de uitvoering van de taak;
    • inzicht hebben in de eigen competenties en de ontwikkeling daarvan;
    • verantwoording nemen voor eigen handelen en keuzes;
    • zicht hebben op consequenties van het eigen handelen voor de omgeving, voor de korte en de lange termijn.

(Bron: SLO – Curriculum van de toekomst)

 

‘…aandacht is voor ieders persoonlijkheid…’

De school is in meer of mindere mate een afspiegeling van de maatschappij. Volwassenen en kinderen met verschillende achtergronden, kwaliteiten, eigenschappen en behoeften maken hiervan deel uit. Die verschillen moeten en mogen er zijn. We streven er dan ook naar iedereen te zien, te erkennen en te ondersteunen in wie hij is en wie hij wil en kan zijn en dat betrokkenen dat ook zo voelen. Dat betekent niet dat alles kan. Onderdeel uitmaken van een gemeenschap betekent ook je (kunnen) conformeren aan geldende regels, normen en waarden.

‘…eigen “leertop” bereiken…’

Bij de meeste spellingcheckers zal het woord ‘leertop’ rood onderstreept worden. Toch geeft dit het beste weer wat we met kinderen willen bereiken. We hebben hoge verwachtingen van kinderen en stellen zoveel mogelijk in het werk om ze gebruik te leren maken van hun volledige potentieel. “Eruit halen wat erin zit”, zogezegd. Niets meer, maar zeker ook niets minder. Dit vraagt iets van kinderen, maar zeker ook van de school als organisatie en van de teamleden. In de komende jaren moeten we steeds beter in staat zijn om al onze kinderen hun leertop te laten bereiken.

‘…een professionele teamcultuur…’

Binnen de stichting Veldvest (waar onze school toe behoort) wordt professionaliteit geduid als: de bereidheid en het vermogen om te denken en handelen in termen van het geheel van de organisatie. In ons geval betekent dat, dat ieder teamlid de verantwoording draagt voor de kwaliteit van het onderwijs aan alle kinderen op de Sinte Lucij. Taken en verantwoordelijkheden worden gedeeld. Resultaten komen op het conto van het hele team. Via collectieve leerprocessen moet een gemeenschappelijk begrip en een gemeenschappelijke praktijk van goed onderwijs ontwikkeld en geborgd worden. Anderzijds vraagt een professionele teamcultuur ook om erkende ongelijkheid. Dat wil zeggen dat er een verschil erkend wordt in de kwaliteiten van professionele leerkrachten. Dit wil ook zeggen dat niet het hele team over alles moet mee beslissen, maar dat diegene, die de meeste kwaliteit en affiniteit kan leveren op dat onderwerp zich laat voeden door het team en zelf de verantwoordelijkheid voor de beslissing neemt.

Een professionele teamcultuur zorgt voor onderwijs van hoge duurzame kwaliteit. Teamleden hebben een onderzoekende houding , maar kunnen zich door het gemeenschappelijk begrip van goed onderwijs kritisch opstellen ten aanzien van trends binnen het onderwijs.

Het team op onze school heeft alles in zich om te groeien naar een professionele leergemeenschap en veel van de elementen van de professionele teamcultuur zijn al in meer of mindere mate praktijk. De komende jaren gaan we hier verder in groeien.